Een vrouw fietst met een kind achterop langs een rij nieuwe woningen met houten gevels en puntdaken

Wonen

Wonen

Wonen is een belangrijk onderdeel van brede welvaart. Daarbij gaat het niet alleen om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen, maar ook om de vraag of de woning aansluit bij de woonbehoeften van inwoners en om de kwaliteit van de woonomgeving. In deze analyse staan zowel de objectieve woonsituatie, zoals de woningvoorraad en betaalbaarheid, als de subjectieve beleving van wonen centraal. Daarbij komen de tevredenheid met de woning en woonomgeving, verhuiswensen en -redenen, en ervaren veranderingen in de leefbaarheid aan bod.

  • De gemiddelde WOZ-waarde in Utrecht is hoog, maar de woonquote (het deel van het inkomen dat besteed wordt aan wonen) is relatief laag.

  • Wonen en de woonomgeving behoren tot de best beoordeelde aspecten van het leven in de provincie Utrecht.

  • Zes op de tien inwoners denken na over verhuizen of zoeken actief naar een andere woning, maar willen wel in de buurt blijven.

  • Voor de toekomst zien inwoners voldoende woningen als een van de belangrijkste ruimtelijke opgaven.

Volgens het CBS1 telde de provincie Utrecht in 2025 ruim 620 duizend woningen. Tussen 2021 en 2025 nam de woningvoorraad met 4,4 procent toe. Van alle woningen bestaat 58 procent uit koopwoningen en 42 procent uit huurwoningen. Binnen de huursector is 64 procent in bezit van woningcorporaties. Utrecht heeft, vergeleken met andere Randstedelijke provincies Noord-Holland (49 procent) en Zuid-Holland (47 procent), relatief weinig huurwoningen.

De waarde van de woningen in Utrecht ligt hoog. In 2026 bedroeg de gemiddelde WOZ-waarde 534 duizend euro,2 tegenover 439 duizend euro landelijk. Daarmee heeft Utrecht de hoogste gemiddelde WOZ-waarde van alle provincies. De gemiddelde WOZ-waarde nam tussen 2025 en 2026 met 54 duizend euro toe, een van de grootste stijgingen van alle provincies.

Hoge woningwaarden maar lage woonquote

Figuur 1. Gemiddelde WOZ-waarde per provincie

x 1000

Bron: CBS. 

Een andere indicator voor de betaalbaarheid van wonen is de woonquote. Volgens cijfers van het CBS3 is de gemiddelde woonquote in Utrecht gedaald van ruim 27 procent in 2015 naar 21,8 procent in 2024. Daarmee ligt de woonquote onder het landelijk gemiddelde en duidelijk lager dan in Noord-Holland (23,8 procent) en Zuid-Holland (22,9 procent). Dit laat zien dat huishoudens in Utrecht gemiddeld een relatief kleiner deel van hun besteedbaar inkomen aan woonlasten besteden dan huishoudens in veel andere (stedelijke) provincies, ondanks de relatief hoge woningwaarden.

De tevredenheid met de woning of woonruimte en de directe woonomgeving behoort tot de hoogst gewaardeerde aspecten van het leven binnen de provincie Utrecht. Inwoners beoordelen hun woning gemiddeld met een 7,8 en hun directe woonomgeving met een 7,6. Ruim 83 procent is tevreden met deze aspecten en slechts een klein deel ontevreden (4 procent). De tevredenheid met de woning en woonomgeving ligt hiermee hoger dan die met bijvoorbeeld de financiële situatie, gezondheid of veiligheid. Dit wijst erop dat inwoners van de provincie Utrecht over het algemeen zeer positief zijn over zowel hun woonsituatie als de omgeving waarin zij wonen. Tegelijkertijd laten de analyses zien dat deze tevredenheid niet voor iedereen gelijk is.

Inwoners waarderen het wonen en de woonomgeving in de provincie

Of mensen tevreden zijn met hun woning lijkt in de eerste plaats samen te hangen met het woningbezit (koop of huur). Huurders zijn minder tevreden met hun woning dan woningeigenaren. Van de inwoners met een koopwoning is ruim driekwart tevreden met de woning, tegenover 69 procent van de particuliere huurders en 55 procent van de sociale huurders (zie figuur 2). Vooral sociale huurders zijn relatief vaak deels tevreden (39 procent) of ontevreden (6 procent).

Huurders minder tevreden

Figuur 2. Tevredenheid met de woning naar woningbezit

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Gecorrigeerd voor: Leeftijd, geslacht, grip, stedelijkheid, inkomen, opleidingsniveau, huishoudsamenstelling, institutioneel vertrouwen, vertrouwen in anderen, verbondenheid met de buurt of wijk, verbondenheid met woonplaats en met Nederland.

Daarnaast zien we dat inwoners van 65 jaar of ouder tevredener zijn over hun woning dan jongere inwoners. Ook inwoners met een sterker gevoel van controle over hun leven en een grotere verbondenheid met de buurt en woonplaats zijn vaker tevreden met hun woning.

Of inwoners tevreden zijn met hun woonomgeving wordt door een breder palet aan factoren beïnvloed. Ook hier zijn grip op het leven, leeftijd, inkomen en woningbezit van belang, maar daarnaast spelen sociale factoren een duidelijk grotere rol. Vooral de verbondenheid met de buurt of wijk en met de woonplaats en het vertrouwen in anderen blijken sterk samen te hangen met tevredenheid over de woonomgeving. Dit is geïllustreerd in figuur 3: van de inwoners die zich verbonden voelen met hun woonplaats is 78 procent tevreden met hun woonomgeving, terwijl dit aandeel onder mensen die zich weinig verbonden voelen 44 procent is.

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Gecorrigeerd voor: Leeftijd, geslacht, grip, stedelijkheid, inkomen, opleidingsniveau, woningbezit, huishoudsamenstelling, institutioneel vertrouwen, vertrouwen in anderen, verbondenheid met de buurt of wijk, verbondenheid met Nederland.

Figuur 3. Tevredenheid met de woonomgeving naar verbondenheid met de woonplaats

Hoewel de meeste inwoners tevreden zijn met hun woning, geeft ongeveer 60 procent aan binnen vijf jaar mogelijk te willen verhuizen. Het grootste deel daarvan heeft een latente verhuiswens en 14 procent is actief op zoek naar een andere woning.

Verhuiswensen verschillen sterk naar leeftijd en woningbezit. Vooral jongeren willen verhuizen: 22 procent zoekt actief en 62 procent heeft een latente verhuiswens. Onder 65-plussers hebben juist bijna 6 op de 10 geen verhuiswens en is maar 7 procent actief op zoek. Ook huurders, vooral in de particuliere huursector, willen vaker verhuizen dan woningeigenaren.

Veel verhuiswensen, maar vooral lokaal

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Gecorrigeerd voor: geslacht, grip, stedelijkheid, inkomen, opleidingsniveau, woningbezit, huishoudsamenstelling, institutioneel vertrouwen, vertrouwen in anderen, verbondenheid met de buurt of wijk, verbondenheid met woonplaats en met Nederland.

Figuur 4. Verhuiswens naar leeftijd

Als mensen willen verhuizen, waar willen ze dan naartoe? Het korte antwoord is: meestal niet ver weg. Iets minder dan de helft zoekt een woning binnen de eigen wijk of binnen de gemeente. Nog eens 18 procent wil binnen de provincie Utrecht verhuizen. Slechts een op de tien wil de provincie verlaten. De verhuisdruk lijkt daarmee vooral lokaal en regionaal.

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Figuur 5. Waar willen inwoners naartoe verhuizen?

De redenen om te verhuizen verschillen per leeftijdsgroep, maar de woning zelf is de belangrijkste aanleiding, bijvoorbeeld omdat deze te duur, te groot of juist te klein is. Deze reden wordt genoemd door 45 procent van de jongeren, 53 procent van de 30- tot 65-jarigen en 44 procent van de 65-plussers. Daarnaast spelen veranderende levensomstandigheden (zoals samenwonen, scheiding of andere baan) en persoonlijke veranderingen (zoals uit huis gaan of gezondheid) een belangrijke rol, vooral bij jongeren (42 procent) en 65-plussers (35 procent).

Zoals gezegd is een grote groep op dit moment tevreden met de leefomgeving. Op de vraag of de leefbaarheid in de woonomgeving in de afgelopen twaalf maanden is veranderd, geeft twee derde van de inwoners aan dat dit niet het geval is. Binnen deze groep lopen de ervaringen uiteen (zie figuur 6). Een deel van de inwoners is én was tevreden over de huidige woonomgeving. Anderen geven aan dat er weinig is veranderd zonder daar een duidelijk waardeoordeel aan te verbinden. Daarnaast is er een groep die aangeeft dat bestaande knelpunten nog steeds aanwezig zijn, zoals verkeersoverlast, slecht onderhoud, een gebrek aan voorzieningen of beperkte sociale samenhang.

Een kleinere groep (13 procent) ervaart een verbetering van de leefbaarheid in het afgelopen jaar en 18 procent een verslechtering. Positieve veranderingen worden vooral toegeschreven aan een meer aantrekkelijke en groene openbare ruimte, meer en betere voorzieningen, woningverbeteringen en een veiligere woonomgeving. Inwoners die een verslechtering ervaren noemen vooral toenemende criminaliteit en overlast, verkeers- en parkeerproblemen, achteruitgang van groen en het verdwijnen van voorzieningen.

Merendeel vindt leefbaarheid gelijk gebleven

Figuur 6. Ontwikkeling van de leefbaarheid van de directe woonomgeving*

18% verslechterd

66% gelijk gebleven

13% verbeterd

"Steeds meer hangjeugd, inbraken en geweld in de stad."

"Het was en is een fijne omgeving."

"Er is meer groen gekomen.
Er zijn banken waarop je kan ontspannen tijdens een wandeling."

"Door wijzigingen in het parkeerbeleid kan ik niet meer overal komen."

"Ik heb het nog net zo naar mijn zin als 10 jaar geleden."

"Door nieuwe winkels zijn de voorzieningen beter geworden."

"Steeds meer volwassen bomen worden weggehaald."

"Er is niet echt iets veranderd."

"Flat geïsoleerd en er worden meer verbeteringen doorgevoerd."

"In februari gaat de laatste winkel dicht."

"Er is niets veranderd. Geen bus, winkels redelijk ver weg, druk verkeer, enz."

"Onze straat is opnieuw ingericht en daardoor veiliger geworden. Onder meer door maximaal 30 km-zones."

*In de afgelopen 12 maanden. De percentages tellen niet op tot 100 procent omdat er een kleine groep (3 procent) ‘ik weet het niet’ heeft geantwoord.

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Inwoners geven het vaakst aan dat er voldoende ruimte moet zijn voor wonen om het leven in de provincie Utrecht in de toekomst leefbaar te houden (43 procent). Daarna volgen zorgvoorzieningen (38 procent) en natuur en water (37 procent). Het belang van voldoende woonruimte wordt breed gedeeld: er zijn geen significante verschillen naar leeftijd, opleidingsniveau of inkomen. Wel zijn er kleine, maar significante verschillen naar stedelijkheid en woningbezit: inwoners van stedelijke gebieden en huurders noemen woonruimte en woningen iets vaker als belangrijk ruimtelijk thema voor de toekomst dan inwoners van landelijke gebieden en woningeigenaren.

Om de leefbaarheid in de toekomst te behouden, is inwoners niet alleen gevraagd welke ruimtelijke aspecten zij belangrijk vinden, maar ook welke rol zij daarin zelf willen spelen. Bijna vier op de tien inwoners zetten zich op dit moment al in om de leefbaarheid van hun buurt te verbeteren of geven aan dat ze dit zouden willen én kunnen. Bijna een derde wil zich wel inzetten, maar heeft niet de mogelijkheden om dit te doen. Daarnaast geeft 22 procent aan misschien bereid te zijn zich in te zetten en zegt 9 procent hier niet toe bereid te zijn.

Ben je nieuwsgierig naar de tevredenheid met het aanbod van voorzieningen in de leefomgeving? Lees dan het thema Bereikbaarheid.

Wonen: het grootste aandachtspunt voor de toekomst

Bronnen

Een vrouw fietst met een kind achterop langs een rij nieuwe woningen met houten gevels en puntdaken

Wonen

Bronnen

Inwoners geven het vaakst aan dat er voldoende ruimte moet zijn voor wonen om het leven in de provincie Utrecht in de toekomst leefbaar te houden (43 procent). Daarna volgen zorgvoorzieningen (38 procent) en natuur en water (37 procent). Het belang van voldoende woonruimte wordt breed gedeeld: er zijn geen significante verschillen naar leeftijd, opleidingsniveau of inkomen. Wel zijn er kleine, maar significante verschillen naar stedelijkheid en woningbezit: inwoners van stedelijke gebieden en huurders noemen woonruimte en woningen iets vaker als belangrijk ruimtelijk thema voor de toekomst dan inwoners van landelijke gebieden en woningeigenaren.

Om de leefbaarheid in de toekomst te behouden, is inwoners niet alleen gevraagd welke ruimtelijke aspecten zij belangrijk vinden, maar ook welke rol zij daarin zelf willen spelen. Bijna vier op de tien inwoners zetten zich op dit moment al in om de leefbaarheid van hun buurt te verbeteren of geven aan dat ze dit zouden willen én kunnen. Bijna een derde wil zich wel inzetten, maar heeft niet de mogelijkheden om dit te doen. Daarnaast geeft 22 procent aan misschien bereid te zijn zich in te zetten en zegt 9 procent hier niet toe bereid te zijn.

Ben je nieuwsgierig naar de tevredenheid met het aanbod van voorzieningen in de leefomgeving? Lees dan het thema Bereikbaarheid.

Wonen: het grootste aandachtspunt voor de toekomst

Figuur 6. Ontwikkeling van de leefbaarheid van de directe woonomgeving*

13% verbeterd

"Er is meer groen gekomen.
Er zijn banken waarop je kan ontspannen tijdens een wandeling."

"Door nieuwe winkels zijn de voorzieningen beter geworden."

"Flat geïsoleerd en er worden meer verbeteringen doorgevoerd."

"Onze straat is opnieuw ingericht en daardoor veiliger geworden. Onder meer door maximaal 30 km-zones."

66% gelijk gebleven

"Het was en is een fijne omgeving."

"Ik heb het nog net zo naar mijn zin als 10 jaar geleden."

"Er is niet echt iets veranderd."

"Er is niets veranderd. Geen bus, winkels redelijk ver weg, druk verkeer, enz."

18% verslechterd

"Steeds meer hangjeugd, inbraken en geweld in de stad."

"Door wijzigingen in het parkeerbeleid kan ik niet meer overal komen."

"Steeds meer volwassen bomen worden weggehaald."

"In februari gaat de laatste winkel dicht."

*In de afgelopen 12 maanden. De percentages tellen niet op tot 100 procent omdat er een kleine groep (3 procent) ‘ik weet het niet’ heeft geantwoord.

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

De redenen om te verhuizen verschillen per leeftijdsgroep, maar de woning zelf is de belangrijkste aanleiding, bijvoorbeeld omdat deze te duur, te groot of juist te klein is. Deze reden wordt genoemd door 45 procent van de jongeren, 53 procent van de 30- tot 65-jarigen en 44 procent van de 65-plussers. Daarnaast spelen veranderende levensomstandigheden (zoals samenwonen, scheiding of andere baan) en persoonlijke veranderingen (zoals uit huis gaan of gezondheid) een belangrijke rol, vooral bij jongeren (42 procent) en 65-plussers (35 procent).

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Gecorrigeerd voor: geslacht, grip, stedelijkheid, inkomen, opleidingsniveau, woningbezit, huishoudsamenstelling, institutioneel vertrouwen, vertrouwen in anderen, verbondenheid met de buurt of wijk, verbondenheid met woonplaats en met Nederland.

Figuur 4. Verhuiswens naar leeftijd

Hoewel de meeste inwoners tevreden zijn met hun woning, geeft ongeveer 60 procent aan binnen vijf jaar mogelijk te willen verhuizen. Het grootste deel daarvan heeft een latente verhuiswens en 14 procent is actief op zoek naar een andere woning.

Verhuiswensen verschillen sterk naar leeftijd en woningbezit. Vooral jongeren willen verhuizen: 22 procent zoekt actief en 62 procent heeft een latente verhuiswens. Onder 65-plussers hebben juist bijna 6 op de 10 geen verhuiswens en is maar 7 procent actief op zoek. Ook huurders, vooral in de particuliere huursector, willen vaker verhuizen dan woningeigenaren.

Veel verhuiswensen, maar vooral lokaal

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Gecorrigeerd voor: Leeftijd, geslacht, grip, stedelijkheid, inkomen, opleidingsniveau, woningbezit, huishoudsamenstelling, institutioneel vertrouwen, vertrouwen in anderen, verbondenheid met de buurt of wijk, verbondenheid met Nederland.

Figuur 3. Tevredenheid met de woonomgeving naar verbondenheid met de woonplaats

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Figuur 5. Waar willen inwoners naartoe verhuizen?

Zoals gezegd is een grote groep op dit moment tevreden met de leefomgeving. Op de vraag of de leefbaarheid in de woonomgeving in de afgelopen twaalf maanden is veranderd, geeft twee derde van de inwoners aan dat dit niet het geval is. Binnen deze groep lopen de ervaringen uiteen (zie figuur 6). Een deel van de inwoners is én was tevreden over de huidige woonomgeving. Anderen geven aan dat er weinig is veranderd zonder daar een duidelijk waardeoordeel aan te verbinden. Daarnaast is er een groep die aangeeft dat bestaande knelpunten nog steeds aanwezig zijn, zoals verkeersoverlast, slecht onderhoud, een gebrek aan voorzieningen of beperkte sociale samenhang.

Een kleinere groep (13 procent) ervaart een verbetering van de leefbaarheid in het afgelopen jaar en 18 procent een verslechtering. Positieve veranderingen worden vooral toegeschreven aan een meer aantrekkelijke en groene openbare ruimte, meer en betere voorzieningen, woningverbeteringen en een veiligere woonomgeving. Inwoners die een verslechtering ervaren noemen vooral toenemende criminaliteit en overlast, verkeers- en parkeerproblemen, achteruitgang van groen en het verdwijnen van voorzieningen.

Merendeel vindt leefbaarheid gelijk gebleven

Daarnaast zien we dat inwoners van 65 jaar of ouder tevredener zijn over hun woning dan jongere inwoners. Ook inwoners met een sterker gevoel van controle over hun leven en een grotere verbondenheid met de buurt en woonplaats zijn vaker tevreden met hun woning.

Of inwoners tevreden zijn met hun woonomgeving wordt door een breder palet aan factoren beïnvloed. Ook hier zijn grip op het leven, leeftijd, inkomen en woningbezit van belang, maar daarnaast spelen sociale factoren een duidelijk grotere rol. Vooral de verbondenheid met de buurt of wijk en met de woonplaats en het vertrouwen in anderen blijken sterk samen te hangen met tevredenheid over de woonomgeving. Dit is geïllustreerd in figuur 3: van de inwoners die zich verbonden voelen met hun woonplaats is 78 procent tevreden met hun woonomgeving, terwijl dit aandeel onder mensen die zich weinig verbonden voelen 44 procent is.

Figuur 2. Tevredenheid met de woning naar woningbezit

Bron: Regionale analyse Brede Welvaart (Provincie Utrecht, 2025).

Gecorrigeerd voor: Leeftijd, geslacht, grip, stedelijkheid, inkomen, opleidingsniveau, huishoudsamenstelling, institutioneel vertrouwen, vertrouwen in anderen, verbondenheid met de buurt of wijk, verbondenheid met woonplaats en met Nederland.

Een andere indicator voor de betaalbaarheid van wonen is de woonquote. Volgens cijfers van het CBS3 is de gemiddelde woonquote in Utrecht gedaald van ruim 27 procent in 2015 naar 21,8 procent in 2024. Daarmee ligt de woonquote onder het landelijk gemiddelde en duidelijk lager dan in Noord-Holland (23,8 procent) en Zuid-Holland (22,9 procent). Dit laat zien dat huishoudens in Utrecht gemiddeld een relatief kleiner deel van hun besteedbaar inkomen aan woonlasten besteden dan huishoudens in veel andere (stedelijke) provincies, ondanks de relatief hoge woningwaarden.

Figuur 1. Gemiddelde WOZ-waarde per provincie

x 1000

Bron: CBS. 

Volgens het CBS1 telde de provincie Utrecht in 2025 ruim 620 duizend woningen. Tussen 2021 en 2025 nam de woningvoorraad met 4,4 procent toe. Van alle woningen bestaat 58 procent uit koopwoningen en 42 procent uit huurwoningen. Binnen de huursector is 64 procent in bezit van woningcorporaties. Utrecht heeft, vergeleken met andere Randstedelijke provincies Noord-Holland (49 procent) en Zuid-Holland (47 procent), relatief weinig huurwoningen.

De waarde van de woningen in Utrecht ligt hoog. In 2026 bedroeg de gemiddelde WOZ-waarde 534 duizend euro,2 tegenover 439 duizend euro landelijk. Daarmee heeft Utrecht de hoogste gemiddelde WOZ-waarde van alle provincies. De gemiddelde WOZ-waarde nam tussen 2025 en 2026 met 54 duizend euro toe, een van de grootste stijgingen van alle provincies.

Hoge woningwaarden maar lage woonquote

  • De gemiddelde WOZ-waarde in Utrecht is hoog, maar de woonquote (het deel van het inkomen dat besteed wordt aan wonen) is relatief laag.

  • Wonen en de woonomgeving behoren tot de best beoordeelde aspecten van het leven in de provincie Utrecht.

  • Zes op de tien inwoners denken na over verhuizen of zoeken actief naar een andere woning, maar willen wel in de buurt blijven.

  • Voor de toekomst zien inwoners voldoende woningen als een van de belangrijkste ruimtelijke opgaven.

Wonen

Wonen is een belangrijk onderdeel van brede welvaart. Daarbij gaat het niet alleen om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen, maar ook om de vraag of de woning aansluit bij de woonbehoeften van inwoners en om de kwaliteit van de woonomgeving. In deze analyse staan zowel de objectieve woonsituatie, zoals de woningvoorraad en betaalbaarheid, als de subjectieve beleving van wonen centraal. Daarbij komen de tevredenheid met de woning en woonomgeving, verhuiswensen en -redenen, en ervaren veranderingen in de leefbaarheid aan bod.

De tevredenheid met de woning of woonruimte en de directe woonomgeving behoort tot de hoogst gewaardeerde aspecten van het leven binnen de provincie Utrecht. Inwoners beoordelen hun woning gemiddeld met een 7,8 en hun directe woonomgeving met een 7,6. Ruim 83 procent is tevreden met deze aspecten en slechts een klein deel ontevreden (4 procent). De tevredenheid met de woning en woonomgeving ligt hiermee hoger dan die met bijvoorbeeld de financiële situatie, gezondheid of veiligheid. Dit wijst erop dat inwoners van de provincie Utrecht over het algemeen zeer positief zijn over zowel hun woonsituatie als de omgeving waarin zij wonen. Tegelijkertijd laten de analyses zien dat deze tevredenheid niet voor iedereen gelijk is.

Inwoners waarderen het wonen en de woonomgeving in de provincie

Of mensen tevreden zijn met hun woning lijkt in de eerste plaats samen te hangen met het woningbezit (koop of huur). Huurders zijn minder tevreden met hun woning dan woningeigenaren. Van de inwoners met een koopwoning is ruim driekwart tevreden met de woning, tegenover 69 procent van de particuliere huurders en 55 procent van de sociale huurders (zie figuur 2). Vooral sociale huurders zijn relatief vaak deels tevreden (39 procent) of ontevreden (6 procent).

Huurders minder tevreden

Als mensen willen verhuizen, waar willen ze dan naartoe? Het korte antwoord is: meestal niet ver weg. Iets minder dan de helft zoekt een woning binnen de eigen wijk of binnen de gemeente. Nog eens 18 procent wil binnen de provincie Utrecht verhuizen. Slechts een op de tien wil de provincie verlaten. De verhuisdruk lijkt daarmee vooral lokaal en regionaal.

Magazines van de provincie Utrecht

Hier vind je de magazines die de provincie Utrecht publiceert. Daarin kun je, in woord én beeld, zien aan welke opgaven we werken. Elke dag weer. Zo balanceren we samen tussen groen en groei.
Volledig scherm