Kinderen bij het Waterwinparklab.
Een groep kinderen deels onherkenbaar op een buitenplek, waarbij een kind zijn vinger in de lucht steekt. Foto van Erik Kampherbeek.

Reflectie

Reflectie

Dr. Peter Mulder is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling. Zijn onderzoek focust op de kosten en baten van de energietransitie. Daarnaast is hij senior onderzoeker energietransitie bij TNO.

Prof. dr. Erik Stam is hoogleraar aan de Utrecht University School of Economics en academisch directeur van het Utrecht University Center for Entrepreneurship. Hij is een van de grondleggers van de Brede Welvaartsindicator (BWI). Zijn onderzoek richt zich op ecosystemen van ondernemerschap.

Door Erik Stam en Peter Mulder

Dit rapport brengt goed in kaart hoe inwoners brede welvaart ervaren en welke verschillen er tussen groepen en gebieden bestaan. De logische vervolgvraag is: wat betekenen concrete beleidskeuzes voor die brede welvaart?

Een eerste richting is het expliciet onderzoeken van afruilen tussen beleidsdoelen. Leg inwoners bijvoorbeeld concrete keuzes voor: meer woningbouw versus behoud van groen; woningbouw versus ruimte voor bedrijvigheid; bereikbaarheid versus ruimtebeslag en milieukwaliteit; duurzame energie versus landschap. Nu wordt vooral gevraagd wat mensen belangrijk vinden, terwijl juist keuzes onder schaarste zichtbaar maken hoe zij verschillende belangen tegen elkaar afwegen.

Een tweede richting betreft verdelingseffecten: wie wint en wie verliest? Niet alleen zijn er verschillen in tevredenheid naar leeftijd, inkomen of stedelijkheid, maar er zijn ook verschillen in de gevolgen van beleidsopties voor specifieke huishoudens, werknemers en – waar relevant – typen bedrijven en sectoren. Het rapport laat bijvoorbeeld al verschillen zien tussen stedelijke en landelijke gebieden.

Een derde richting is de spanning tussen ‘hier en nu’ en ‘later’ en ‘elders’. Vooral het contrast tussen hoge huidige tevredenheid en het opvallend sombere toekomstbeeld verdient nadere analyse. Waarom is een aanzienlijke groep nergens hoopvol over richting 2040? Gaat het om concrete verwachte verslechteringen, algemene maatschappelijke onzekerheid, gebrek aan vertrouwen in beleid, of het gevoel weinig grip te hebben? Een combinatie van surveyonderzoek en kwalitatieve interviews kan hierover meer inzicht geven.

Ten slotte kan een survey worden gekoppeld aan concrete beleidsscenario’s, bijvoorbeeld drie ruimtelijke ontwikkelingsscenario's voor 2040. Per scenario kan systematisch in beeld worden gebracht wat het effect is op wonen, werk, bereikbaarheid, natuur, gezondheid; voor wie, waar, en wanneer die effecten optreden; en welke effecten wel en niet kwantificeerbaar zijn. Zo ontwikkelt brede welvaart zich van een dashboard met twaalf afzonderlijke thema's tot een instrument om beleidskeuzes en mogelijke ontwikkelingspaden naar een welvarende toekomst transparant te maken.

Van monitor naar beleidsafweging

Een opvallende uitkomst is het contrast tussen de hoge brede welvaart in het hier en nu (zeker objectief, maar ook subjectief) en het relatief sombere toekomstbeeld. Gemiddeld beoordelen inwoners hun brede welvaart met een 7,4, terwijl bijna drie op de tien nergens hoopvol over zijn richting 2040. Dat hoeft niet inconsistent te zijn: mensen kunnen tevreden zijn met hun huidige situatie, maar tegelijkertijd vrezen dat verworven kwaliteiten – betaalbaarheid, groen, bereikbaarheid, veiligheid of sociale samenhang – in de toekomst onder druk komen te staan. Juist voor beleid is het belangrijk te begrijpen waar deze spanning tussen huidige brede welvaart en vertrouwen in de toekomst vandaan komt.

Het rapport bevat meer van zulke ogenschijnlijke tegenstellingen. Utrecht is objectief relatief rijk en gezond, maar financiële situatie en lichamelijke gezondheid worden relatief laag gewaardeerd. Inwoners zijn zeer tevreden over groen en bereikbaarheid, maar maken zich tegelijk zorgen over het behoud respectievelijk de verdere ontwikkeling daarvan. Juist zulke spanningen tonen de meerwaarde van brede welvaart: ze maken zichtbaar waar behoud van wat goed gaat botst met andere maatschappelijke wensen.

Hoge tevredenheid, maar weinig vertrouwen in de toekomst

Binnen de Universiteit Utrecht (UU) is veel kennis aanwezig over brede welvaart. Zo heeft de UU bijvoorbeeld samen met RaboResearch een brede welvaartsindicator (BWI) ontwikkeld en wordt binnen verschillende thema's onderzoek gedaan naar de impact van beleidskeuzes op brede welvaart. We hebben de UU gevraagd om vanuit hun kennis en expertise te reflecteren op de uitkomsten van het onderzoek naar brede welvaart in de provincie Utrecht en om te schetsen hoe we het kompas van brede welvaart beter zouden kunnen toepassen.

Dit rapport gaat over de ervaren kwaliteit van leven van burgers in de Provincie Utrecht, oftewel brede welvaart. Brede welvaart gaat over de mate waarin mensen het leven leiden dat ze met reden waarderen. Het rapport schetst een rijk beeld van hoe de verschillende dimensies van brede welvaart worden gewaardeerd en hoe dit tussen groepen verschilt.

Het rapport laat overtuigend zien dat inwoners verschillende dimensies van brede welvaart tegelijkertijd waarderen: wonen, bereikbaarheid, groen, gezondheid, veiligheid en sociale samenhang. Bovendien kunnen objectieve omstandigheden en de beleving daarvan uiteenlopen. Juist die combinatie maakt brede welvaart een waardevol kompas voor beleid.

Tegelijkertijd staan de verschillende dimensies van brede welvaart niet los van elkaar. Investeringen in de ene dimensie kunnen positieve, maar ook negatieve effecten hebben op andere dimensies. Een belangrijk mechanisme is de mate waarin mensen hun leven zelf kunnen vormgeven. Het rapport laat zien dat het gevoel van grip op het leven sterk samenhangt met vrijwel alle dimensies van brede welvaart. Tegelijk vereist beleid afwegingen: meer inzet op het ene doel kan ten koste gaan van een ander. Brede welvaart maakt beleid daarmee integraler en realistischer, maar ook complexer. Om deze samenhang beter te begrijpen is multidisciplinair onderzoek nodig. Hoe fundamenteel is bijvoorbeeld gezondheid voor andere dimensies? Wat bepaalt vertrouwen en waarop heeft het zelf invloed? Inzicht hierin vraagt om samenwerking tussen disciplines als geneeskunde, sociologie, geografie en economie.

De volgende stap is dan ook om dit kompas van brede welvaart nadrukkelijker te gebruiken voor het zichtbaar maken van afruilen. Niet alles kan tegelijkertijd en overal worden gerealiseerd, zeker niet in een provincie waar de ruimte schaars is. Inwoners vinden bijvoorbeeld ruimte voor woningen zeer belangrijk, maar hechten tegelijkertijd sterk aan natuur, voorzieningen en bereikbaarheid. Bereikbaarheid behoort zelfs tot de hoogst gewaardeerde kwaliteiten van Utrecht. Meer ruimte voor woningbouw kan echter ten koste gaan van groen, bedrijvigheid of infrastructuur. Minder ruimte voor werklocaties kan bovendien betekenen dat wonen en werken verder uit elkaar komen te liggen, waardoor juist die gewaardeerde bereikbaarheid onder druk komt te staan. Vergelijkbare spanningen kunnen ontstaan tussen woningbouw en natuur, duurzame energie en landschap, of bereikbaarheid en leefomgevingskwaliteit.

Bij zulke afwegingen zijn drie vragen cruciaal: voor wie, waar en wanneer treden baten en kosten op? Het rapport laat al interessante verschillen zien tussen bijvoorbeeld jongeren en ouderen, huurders en eigenaar-bewoners en stedelijke en landelijke gebieden. Zo ervaren inwoners in landelijke gebieden vaker tekorten aan winkels, openbaar vervoer en cultuur, terwijl stedelijke inwoners juist vaker groen en natuur missen. De beleidsrelevante vraag is vervolgens welke groepen winnen en verliezen bij concrete keuzes. Dat geldt niet alleen voor huishoudens, maar ook voor typen bedrijven, sectoren en werknemers.

Hetzelfde geldt voor ruimtelijke en intergenerationele afruilen. Een keuze die de brede welvaart in één gemeente of regio verhoogt, kan elders kosten veroorzaken. Ook kunnen baten op korte termijn samengaan met kosten op langere termijn – of andersom. Het rapport erkent deze dimensies, maar behandelt vooral het ‘hier en nu’; ‘later’ en vooral ‘elders’ kunnen in vervolgonderzoek nadrukkelijker worden meegenomen.

Niet alles kan overal

Kinderen bij het Waterwinparklab.
Een groep kinderen deels onherkenbaar op een buitenplek, waarbij een kind zijn vinger in de lucht steekt. Foto van Erik Kampherbeek.

Cultuur

Reflectie

Een opvallende uitkomst is het contrast tussen de hoge brede welvaart in het hier en nu (zeker objectief, maar ook subjectief) en het relatief sombere toekomstbeeld. Gemiddeld beoordelen inwoners hun brede welvaart met een 7,4, terwijl bijna drie op de tien nergens hoopvol over zijn richting 2040. Dat hoeft niet inconsistent te zijn: mensen kunnen tevreden zijn met hun huidige situatie, maar tegelijkertijd vrezen dat verworven kwaliteiten – betaalbaarheid, groen, bereikbaarheid, veiligheid of sociale samenhang – in de toekomst onder druk komen te staan. Juist voor beleid is het belangrijk te begrijpen waar deze spanning tussen huidige brede welvaart en vertrouwen in de toekomst vandaan komt.

Het rapport bevat meer van zulke ogenschijnlijke tegenstellingen. Utrecht is objectief relatief rijk en gezond, maar financiële situatie en lichamelijke gezondheid worden relatief laag gewaardeerd. Inwoners zijn zeer tevreden over groen en bereikbaarheid, maar maken zich tegelijk zorgen over het behoud respectievelijk de verdere ontwikkeling daarvan. Juist zulke spanningen tonen de meerwaarde van brede welvaart: ze maken zichtbaar waar behoud van wat goed gaat botst met andere maatschappelijke wensen.

Dit rapport brengt goed in kaart hoe inwoners brede welvaart ervaren en welke verschillen er tussen groepen en gebieden bestaan. De logische vervolgvraag is: wat betekenen concrete beleidskeuzes voor die brede welvaart?

Een eerste richting is het expliciet onderzoeken van afruilen tussen beleidsdoelen. Leg inwoners bijvoorbeeld concrete keuzes voor: meer woningbouw versus behoud van groen; woningbouw versus ruimte voor bedrijvigheid; bereikbaarheid versus ruimtebeslag en milieukwaliteit; duurzame energie versus landschap. Nu wordt vooral gevraagd wat mensen belangrijk vinden, terwijl juist keuzes onder schaarste zichtbaar maken hoe zij verschillende belangen tegen elkaar afwegen.

Een tweede richting betreft verdelingseffecten: wie wint en wie verliest? Niet alleen zijn er verschillen in tevredenheid naar leeftijd, inkomen of stedelijkheid, maar er zijn ook verschillen in de gevolgen van beleidsopties voor specifieke huishoudens, werknemers en – waar relevant – typen bedrijven en sectoren. Het rapport laat bijvoorbeeld al verschillen zien tussen stedelijke en landelijke gebieden.

Een derde richting is de spanning tussen ‘hier en nu’ en ‘later’ en ‘elders’. Vooral het contrast tussen hoge huidige tevredenheid en het opvallend sombere toekomstbeeld verdient nadere analyse. Waarom is een aanzienlijke groep nergens hoopvol over richting 2040? Gaat het om concrete verwachte verslechteringen, algemene maatschappelijke onzekerheid, gebrek aan vertrouwen in beleid, of het gevoel weinig grip te hebben? Een combinatie van surveyonderzoek en kwalitatieve interviews kan hierover meer inzicht geven.

Ten slotte kan een survey worden gekoppeld aan concrete beleidsscenario’s, bijvoorbeeld drie ruimtelijke ontwikkelingsscenario's voor 2040. Per scenario kan systematisch in beeld worden gebracht wat het effect is op wonen, werk, bereikbaarheid, natuur, gezondheid; voor wie, waar, en wanneer die effecten optreden; en welke effecten wel en niet kwantificeerbaar zijn. Zo ontwikkelt brede welvaart zich van een dashboard met twaalf afzonderlijke thema's tot een instrument om beleidskeuzes en mogelijke ontwikkelingspaden naar een welvarende toekomst transparant te maken.

Van monitor naar beleidsafweging

Hoge tevredenheid, maar weinig vertrouwen in de toekomst

De volgende stap is dan ook om dit kompas van brede welvaart nadrukkelijker te gebruiken voor het zichtbaar maken van afruilen. Niet alles kan tegelijkertijd en overal worden gerealiseerd, zeker niet in een provincie waar de ruimte schaars is. Inwoners vinden bijvoorbeeld ruimte voor woningen zeer belangrijk, maar hechten tegelijkertijd sterk aan natuur, voorzieningen en bereikbaarheid. Bereikbaarheid behoort zelfs tot de hoogst gewaardeerde kwaliteiten van Utrecht. Meer ruimte voor woningbouw kan echter ten koste gaan van groen, bedrijvigheid of infrastructuur. Minder ruimte voor werklocaties kan bovendien betekenen dat wonen en werken verder uit elkaar komen te liggen, waardoor juist die gewaardeerde bereikbaarheid onder druk komt te staan. Vergelijkbare spanningen kunnen ontstaan tussen woningbouw en natuur, duurzame energie en landschap, of bereikbaarheid en leefomgevingskwaliteit.

Bij zulke afwegingen zijn drie vragen cruciaal: voor wie, waar en wanneer treden baten en kosten op? Het rapport laat al interessante verschillen zien tussen bijvoorbeeld jongeren en ouderen, huurders en eigenaar-bewoners en stedelijke en landelijke gebieden. Zo ervaren inwoners in landelijke gebieden vaker tekorten aan winkels, openbaar vervoer en cultuur, terwijl stedelijke inwoners juist vaker groen en natuur missen. De beleidsrelevante vraag is vervolgens welke groepen winnen en verliezen bij concrete keuzes. Dat geldt niet alleen voor huishoudens, maar ook voor typen bedrijven, sectoren en werknemers.

Hetzelfde geldt voor ruimtelijke en intergenerationele afruilen. Een keuze die de brede welvaart in één gemeente of regio verhoogt, kan elders kosten veroorzaken. Ook kunnen baten op korte termijn samengaan met kosten op langere termijn – of andersom. Het rapport erkent deze dimensies, maar behandelt vooral het ‘hier en nu’; ‘later’ en vooral ‘elders’ kunnen in vervolgonderzoek nadrukkelijker worden meegenomen.

Niet alles kan overal

Dit rapport gaat over de ervaren kwaliteit van leven van burgers in de Provincie Utrecht, oftewel brede welvaart. Brede welvaart gaat over de mate waarin mensen het leven leiden dat ze met reden waarderen. Het rapport schetst een rijk beeld van hoe de verschillende dimensies van brede welvaart worden gewaardeerd en hoe dit tussen groepen verschilt.

Het rapport laat overtuigend zien dat inwoners verschillende dimensies van brede welvaart tegelijkertijd waarderen: wonen, bereikbaarheid, groen, gezondheid, veiligheid en sociale samenhang. Bovendien kunnen objectieve omstandigheden en de beleving daarvan uiteenlopen. Juist die combinatie maakt brede welvaart een waardevol kompas voor beleid.

Tegelijkertijd staan de verschillende dimensies van brede welvaart niet los van elkaar. Investeringen in de ene dimensie kunnen positieve, maar ook negatieve effecten hebben op andere dimensies. Een belangrijk mechanisme is de mate waarin mensen hun leven zelf kunnen vormgeven. Het rapport laat zien dat het gevoel van grip op het leven sterk samenhangt met vrijwel alle dimensies van brede welvaart. Tegelijk vereist beleid afwegingen: meer inzet op het ene doel kan ten koste gaan van een ander. Brede welvaart maakt beleid daarmee integraler en realistischer, maar ook complexer. Om deze samenhang beter te begrijpen is multidisciplinair onderzoek nodig. Hoe fundamenteel is bijvoorbeeld gezondheid voor andere dimensies? Wat bepaalt vertrouwen en waarop heeft het zelf invloed? Inzicht hierin vraagt om samenwerking tussen disciplines als geneeskunde, sociologie, geografie en economie.

Prof. dr. Erik Stam is hoogleraar aan de Utrecht University School of Economics en academisch directeur van het Utrecht University Center for Entrepreneurship. Hij is een van de grondleggers van de Brede Welvaartsindicator (BWI). Zijn onderzoek richt zich op ecosystemen van ondernemerschap.

Dr. Peter Mulder is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling. Zijn onderzoek focust op de kosten en baten van de energietransitie. Daarnaast is hij senior onderzoeker energietransitie bij TNO.

Door Erik Stam en Peter Mulder

Binnen de Universiteit Utrecht (UU) is veel kennis aanwezig over brede welvaart. Zo heeft de UU bijvoorbeeld samen met RaboResearch een brede welvaartsindicator (BWI) ontwikkeld en wordt binnen verschillende thema's onderzoek gedaan naar de impact van beleidskeuzes op brede welvaart. We hebben de UU gevraagd om vanuit hun kennis en expertise te reflecteren op de uitkomsten van het onderzoek naar brede welvaart in de provincie Utrecht en om te schetsen hoe we het kompas van brede welvaart beter zouden kunnen toepassen.

Magazines van de provincie Utrecht

Hier vind je de magazines die de provincie Utrecht publiceert. Daarin kun je, in woord én beeld, zien aan welke opgaven we werken. Elke dag weer. Zo balanceren we samen tussen groen en groei.
Volledig scherm