04
Werkwijze: Socratische dialoog


Een Socratische Dialoog wordt gevoerd aan de hand van een gemeenschappelijke vraag en een voorbeeld uit de werkpraktijk. Door te onderzoeken welke waarden daarbij richtinggevend zijn, ontstaat er een rijkdom aan ideeën die samen vervolgens onderzocht worden. Een (eenvoudige) vorm van een Socratische Dialoog is ‘TOVEREN’. Deze methode lag ten grondslag aan de Think-shop en zorgt ervoor dat er in korte tijd een vraaggestuurd gesprek over ervaringen en waarden ontstaat.

Tijd

Spreek af hoeveel tijd er besteed gaat worden aan de dialoog. Met een kleine groep en getrainde mensen is het mogelijk in een half uur een dialoog te voeren. Anders heb je al gauw een uur of langer nodig.


Er is voor beide groepen een dagdeel uitgetrokken voor het socratische gesprek. Zo was er genoeg tijd en kon iedereen aan het woord komen.

Onderwerp

Bepaal het onderwerp van het gesprek. Geef een aftrap door het belang van het onderwerp onder de aandacht van iedereen te brengen. Schrijf het onderwerp in enkele woorden op.


Er zijn twee verschillende onderwerpen besproken door twee groepen. De onderwerpen in kwestie waren bodemdaling in het Veenweidegebied en Woerden Zuid (stationsgebied).

Vragen

Geef ieder de gelegenheid vragen bij het onderwerp te formuleren, die in het gesprek onderzocht kunnen of moeten worden. Kies 1 vraag die iedereen de moeite waard vindt om gezamenlijk te onderzoeken.


Tijdens de discussie kwam er uit dat er niet één vraag te formuleren is. Dit komt doordat iedereen vanuit eigen perspectief naar de opgave kijkt. Voorbeelden van vragen die naar boven kwamen waren: Op welke punten heeft de samenwerking meerwaarde? Zijn er ook momenten dat we niet willen samenwerken? Aan wát willen we samenwerken?

Ervaringen

Laat ieder die wil ervaringen inbrengen uit de eigen praktijk rondom de vraag. Beschrijf een moment waarop je het even niet meer wist. Welke afweging moest je maken? En, wat heb je uiteindelijk gedaan?

Waar gaat het mij als persoon in essentie om, wat gaat mij aan het hart?

- “Vele mensen, vele meningen, vele afdelingen en entiteiten, maken we het niet te complex?”

- “Wat is hier het speelveld? Wat is ieders belang rol en bijdrage?”

- “In partnerschap kijken naar dezelfde opgave. Samen probleem willen oplossen. Zowel provincie als gemeente met eenduidige signalen naar buiten treden.”

- “Ervoor zorgen dat je één doel hebt met zijn allen.”

- “In eerste instantie moeten wij als overheden strategischer en eenduidiger uitvoering kunnen geven aan gezamenlijk beleid. Daarnaast kunnen we elkaar ondersteuning kunnen daar waar we meerwaarde bieden.”

- “We hebben met elkaar de opgaven nog niet helder en zeker niet de ambitie die we in die opgave willen leggen.”

- “Het is tijd dat we één gezamenlijke visie als overheid gaan hebben op het gebied in kwestie.

- “Laten we beginnen met een visie, dan komen de ambities vanzelf. Bodemdaling in gebied mee leren leven of tegen strijden? Technische toepassingen.”

- “Behoefte aan dialoog op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Gemeente perspectief meer locatie gebonden, provincie meer regionaal perspectief. Overkoepelende factor voor draagvlak en veel verschillende vakgebieden. Wat realiseer je over 30/40 jaar? Regelmatig gesprek met provincie voeren en actieve rol hebben.”

- “Elkaar snappen. Elkaar vinden. Kijken we naar hetzelfde? Snappen we elkaar nu echt?”

Reacties

Geef gelegenheid om op de ingebrachte ervaringen te reageren en te reflecteren: vragen aan elkaar, opmerkingen, tegenwerpingen, suggesties. Zorg ervoor dat de sfeer van een gezamenlijk onderzoek bewaard blijft. Denk mét de anderen, niet tegen de anderen. Maak ruimte voor nieuw denken.

Essenties

Vraag ieder om te benoemen wat voor hem of haar de essentie van het onderwerp is. Wat gaat je hier aan je hart? Wat moeten we ons ter harte nemen? Vraag ieder de essenties op te schrijven. Laat iedereen ze voorlezen.

Nakaarten

Neem tot slot wat tijd om terug te kijken op dit gesprek. Hoe liep het? Wat vond je goed gaan? Wat zou je een volgend keer in het oog moeten houden? Maak een afspraak voor een vervolg.


Doen
Uitnodigen.
Per partij doelen in beeld brengen; wie wil er wat uit halen?
Bureautje inrichten. Fysieke ontmoetingsplek.
Uitdagen en grenzen zoeken.
Doelen stellen cq gezamenlijk doelen stellen.
Durven loslaten.
Cocreatie waar het kan.

Laten
Niet praten over elkaar, maar met elkaar.
Alleen verschillen benadrukken.
Elkaar niet op het laatste moment om een mening vragen bij een proces.
Van tevoren je resultaat bepalen, voordat je in gesprek gaat.

Cocreatie waar het kan

Wat ga je vanuit het gesprek van vanmiddag morgen of volgende week doen?

- Mijzelf uitnodigen voor een kopje koffie.

- Ik ga vaker op locatie kijken.

- Het woord scenario’s laten vallen.

- Een keer een dag ter plekke bij de provincie aanschuiven en daar werken; bureautje inrichten.

Literatuur

Juanita Brown & David Isaacs: The World Café. San Francisco, Berrett Koehler, 2005. Linda Ellinor, Glenna Gerard: Dialogue: rediscover the transforming power of conversation.John Wiley & Sons, New York 1998.