Samenvatting

In 2018 heeft het Innovatieprogramma Fysieke Leefomgeving (IFL) experimenten in negen verschillende maatschappelijke opgaven ondersteund.

Bij de ene opgave betekende dit dat naar aanleiding van een gebiedsproces ontwikkelpunten nu gezamenlijk door verschillende partijen worden opgepakt, zoals bij Knooppuntontwikkeling in de gemeente Bunnik en in het Noorderpark. Bij een andere opgave gebeurde dat door het samenbrengen van initiatieven, zoals bij natuurprijs Groene Kroon. Hierdoor kwamen deze initiatieven dichterbij realisatie van hun plannen.


Negen opgaven en experimenten

Bij Bodemdaling in het Veenweidegebied ligt de nadruk op het ontwikkelen van een bottom-up netwerk van jonge agrarische ondernemers. Voor Omgevingsbewuster wegen kan het Streefbeeld de komende jaren de basis vormen voor het gesprek met de omgeving over een optimale uitvoering van werkzaamheden op en rond de N237. Bij Energietransitie faciliteren is een 3D tool ontwikkeld om de impact van windturbines op de omgeving inzichtelijk te maken en zijn jongeren uit de Bilt al ‘swipend’ betrokken bij de energietransitie in hun gemeente. Voor de opgave Klimaatadaptatie omarmen is een nieuw experiment gestart: Het Digitaal Klimaat Portaal. Dit portaal gaat op het schaalniveau van de hele provincie inzicht geven in de kwetsbaarheden en kansen voor klimaatadaptatie.


In Functies wijzigen in het landelijk gebied ligt de focus op het inrichten van een effectief en breed gedragen samenwerkingsverband rond het loket voor vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB). Dit heeft meer tijd gekost dan verwacht, maar sinds het voorjaar 2018 is er een solide basis voor het loket en is het startsein gegeven. De kleine kernen in de provincie Utrecht zijn onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat de meest geschikte aanpak voor leefbaarheidsaspecten van onderop te moeten komen. Het stimuleren van maatschappelijke initiatieven is de beste inzet daarbij.

Vandaar dat we nu actief gaan verkennen hoe we een traject kunnen starten om een maatschappelijk aandeel te ontwikkelen als ‘vliegwiel voor gemeenschapskracht’. Het nieuwe spoor ‘Bereikbaarheid op het Eiland van Schalkwijk’ maakt de (on)mogelijkheden van vraaggericht openbaar vervoer in kleine kernen inzichtelijk. Als dit experiment slaagt -als de gebruikers en betrokken overheden het een succes vinden- dan kan het eventueel ook in andere delen van de provincie worden ingezet.

Durven loslaten

De experimenten hebben allemaal hun eigen uitstraling en spin-off. Die is meestal positief, en soms ook niet. Bij projecten waar we zelf geen regie over hebben, moeten we accepteren dat niet alles volgens onze innovatieve methoden gaat en een trial-and-error fase onoverkomelijk is. Toch blijft het doel gebiedsbetrokkenheid te realiseren bij ruimtelijke processen.


Dat zien we gebeuren bij een aantal ondernemers die het Nuffield-traject volgt, zij dragen bij aan de beweging die ‘van onderop’ ontstaat om het veenweidegebied toekomstbestendig te maken. Maar ook de ontwikkelde zaakgerichte kaart waarop kwetsbaarheden en kansen voor klimaatadaptatie zichtbaar worden, legt een basis voor een regionale dialoog waarin kansen voor klimaatadaptatie worden omarmd.

Denk aan de concrete initiatieven die in Noorderpark-Ruigenhoek mogelijk werden gemaakt, die op hun beurt voor een sneeuwbaleffect zorgen waardoor nog meer nieuw initiatieven ontstaan. Dat zorgt nu al voor meer bezoekers en beweging in het gebied.

Tot slot de gemeente Bunnik, die knooppuntontwikkeling heeft opgenomen als één van de vijf speerpunten in de Uitvoeringsstrategie Bunnik. En daar stopt het niet. Ondertussen pakt de alliantie steeds meer kansen op voor ontwikkeling, bijvoorbeeld via placemaking-sessies, waarin er gewerkt wordt aan het verbeteren van het stationsgebied van Bunnik.