In gesprek met gedeputeerde Pim van den Berg, over de waarde van innovaties



"We moet mee evolueren, blijven leren, ons blijven verhouden tot de maatschappelijke partners en inwoners."

Waarom is een Innovatieprogramma Fysieke Leefomgeving van belang binnen de provincie?

De maatschappij verandert. Dat vraagt om een nieuwe manier van werken, zeker ook omdat we staan voor ingewikkelde maatschappelijke opgaven. Overheden reageren nu nog te vaak vanuit een houding: ‘wij weten het wel’. Het is onze taak als overheid om meer dienstbaar te zijn en meer aansluiting te zoeken bij de samenleving. Net als ieder ander bedrijf dat vernieuwing in beleid en producten nastreeft, moeten ook wij nadenken over de kwaliteit van onze werkwijzen. Die moeten voor ieder begrijpelijk zijn. Vernieuwing moet wel echt een toevoegende waarde hebben en effectief zijn om onze doelen te verwezenlijken. Dus ‘niet vernieuwen om het vernieuwen’, maar om je beleid of project goed uit te kunnen voeren. Verbinding en participatie zijn hierbij van essentieel belang. We moeten ons nog beter verhouden tot de mensen die het aangaat. Betrek die mensen, en benut hun kennis en kunde bij de projecten. Dit is passend bij de mondige samenleving, die veel sneller toegang heeft tot informatie, tot elkaar en een groter mobiliserend vermogen heeft. De Omgevingswet vraagt ook om die betere participatie. En ook om gebiedsaanpak, om het breed oppakken van vraagstukken.

Met de voortgangsbrief willen we vooral ook PS informeren. Wat wilt u PS meegeven over het Innovatieprogramma?

We informeren PS via de bestaande wegen, over voortgang van projecten en via deze Voortgangsbrief. Maar ik zou zo graag willen dat ze zelf ook eens langsgaan bij één van de vele experimenten van dit Innovatieprogramma. En zich laten informeren over de bereikte effecten. Want er is best veel bereikt, en het helpt als het verhaal ook vaker wordt verteld. PS zijn de ambassadeurs van het Innovatieprogramma en van de bijbehorende nieuwe aanpak. De kaders die ons college van hen meekrijgen mogen best strak zijn, maar daarbinnen moet ruimte zijn voor experimenteren om onze doelen te bereiken. Bij het onderhouden van een weg gaat het er mij in dit verband om dat we tevoren goed nadenken: ‘Hoe richten we het proces in, hoe betrekken we de juiste belanghebbenden’. De mondige samenleving moet je meenemen. Daar moeten ons college én PS de ogen niet voor sluiten. We moet mee evolueren, blijven leren, ons blijven verhouden tot de maatschappelijke partners en inwoners. Maar we blijven niet eindeloos doorpolderen: het moet uiteindelijk wel tot doelverwezenlijking en een besluit leiden.

Wanneer het Innovatieprogramma eind 2019 wordt afgerond, waar moeten we dan staan?

In 2019 moet het vanzelfsprekend zijn dat we niet maar één methode van werken hebben. We moeten hierin vernieuwend blijven. Dat heeft eind 2019 geleid tot mooiere producten, diensten en werkwijzen die ook herhaalbaar zijn, of zelfs al zijn overgenomen door andere regio’s en gemeenten. We hebben door deze nieuwe werkwijzen vermeerderd inzicht gekregen in het uiteindelijk eindresultaat. Vergelijk het met een gereedschapskist die je deelt met anderen, en waarin steeds nieuwe tools komen. Dat is die participatie en verbinding en afstemming die ik zoek. Dit vraagt van onze organisatie dat die zich kwetsbaar durft op te stellen. Je moet jezelf toestaan écht te luisteren naar wat mensen bezielt. Ze roepen echt niet zomaar dat ze ergens tegen zijn: ze zijn betrokken bij de belangen die zij voorstaan. Het blijft wel zoeken voor ons als provincie, wij zijn een tussenlaag en staan niet altijd rechtstreeks in contact met de mensen.

Hoe gaan we na het innovatieprogramma verder?

Onze inhoudelijke ambitie moet gericht zijn op de maatschappelijke opgaven. Bij het vraagstuk mobiliteit bijvoorbeeld gaat het niet om het niet alleen om het aanleggen en vervolgens onderhouden van een weg. Het gaat om de bredere vraag: wat is er allemaal voor nodig om van a naar b te komen? En als het gaat om de vernieuwingsslag in de organisatie dan zeg ik: haal er jonge mensen bij met een andere dynamiek, zoals stagiairs en trainees. Deze mensen hebben dikwijls goede ideeën waarvan wij nog te vaak zeggen: ‘nee hoor, wij weten het beter’ of ‘dat hebben we al eens gedaan’. Daar moeten we echt van af. Juist deze mensen kunnen ons helpen ons weg te krijgen van onze oude vertrouwde manier van denken. Er komt dan ruimte voor verrijking en vernieuwing, zoals via ontwerpend onderzoek, het benutten van beelden tijdens je werkproces én bij je presentaties. Daar heb je wel mensen voor nodig die de verantwoordelijkheid krijgen om dat ook te kunnen doorvoeren en toepassen, zoals opgavemanagers. Als wij niet meegaan met de tijd en meer aansluiting zoeken, worden we als het ware een hindermacht voor de samenleving, die al veel verder is dan wij kunnen bedenken. Dit innovatieve programma houdt ons alert: we moeten onszelf blijven uitvinden. Het innoveren zou in je organisatie moeten zitten als een vanzelfsprekendheid.

"Als wij niet meegaan met de tijd en meer aansluiting zoeken, worden we als het ware een hindermacht voor de samenleving, die al veel verder is dan wij kunnen bedenken."