Het Innovatieprogramma Fysieke Leefomgeving 2016-2019 (IFL) is aan het begin van de coalitieperiode 2016-2019 opgesteld als een concreet en praktijkgericht programma. De afgelopen vier jaar bood het programma een experimenteeromgeving voor maatschappelijke vraagstukken in het fysieke domein. Vraagstukken waarvoor bij de start van het programma nog geen effectieve aanpak ontwikkeld was en die om die reden dreigden te stagneren. Voor de looptijd van het programma was 1,6 miljoen euro gereserveerd.

DOELSTELLINGEN

In het Programmaplan van het IFL zijn drie doelstellingen opgenomen, met een procentuele verdeling in focus. De eerste doelstelling (70%) behelst de zoektocht naar geschikte casussen en de opzet en uitvoering van de casussen en experimenten. De tweede doelstelling (15%) heeft betrekking op de validatie van de in de eerste doelstelling opgezette casussen. De derde doelstelling (15%) draagt zorg voor de borging van de oogst uit de casussen.

FINANCIËN

Voor de periode 2016-2019 was maximaal 1,6 miljoen euro beschikbaar voor het IFL. In 2016 en 2017 is daarvan 465.000 euro uitgegeven. De middelen zijn in de tweede helft van 2016 ingezet bij het opzetten van het programma en eerste bijdragen aan de casussen, en in 2017 aan de lopende experimenten. In 2018, het jaar dat veel van de casussen volop draaiden, is in totaal 520.000 euro uitgegeven. In 2019 is er tot en met november 340.000 euro besteed. De verwachte slotafrekeningen, met onder andere de bijdrage van het IFL aan de casus ‘Vraaggestuurd OV op het Eiland van Schalkwijk’, moeten nog plaatsvinden en zijn in de kolom over 2019 meegenomen. Naar verwachting zal de eindstand van het programma op bijna 1,5 miljoen euro uitkomen.

IMPULS AAN COMPLEXE MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN

Uit het programmaplan:
Ten behoeve van het maatschappelijke vraagstuk wordt een experimenteeromgeving gecreëerd met stakeholders, experts en vernieuwers. Vanuit het programma worden pilots, experimenten en actuele casussen geïnitieerd.

Aan de hand van negen complexe maatschappelijke opgaven zijn gedurende de programmaperiode diverse pilots, casussen en experimenten opgezet en ten uitvoer gebracht, zoals in het programmaplan is beschreven. De opsomming hiernaast betreft de maatschappelijke opgaven en bijbehorende pilots, casussen en experimenten.


Een uitvoerige beschrijving van de maatschappelijke opgaven en de vijftien pilots, casussen en experimenten zijn in de overige hoofdstukken van deze eindrapportage opgenomen.

DE VIJFTIEN CASUSSEN VAN HET IFL

Groengebieden beter benutten

01. Noorderpark-Ruigenhoek


Natuurlijk ontwikkelen

02. Natuurprijs de Groene Kroon (2017)

03. Doorontwikkeling natuurprijs de Groene Kroon (2019)


Energietransitie faciliteren

04. Participatie windenergie

05. Jongeren betrekken bij de energietransitie


Bodemdaling te lijf gaan

06. Nuffield Scholarship voor jonge agrariërs

07. Camping Onbestemd 2018


Klimaatadaptatie omarmen

08. Ontwerpend onderzoek Merwedekanaalzone

09. Digitaal klimaatportaal

10. Handreiking adaptatie in de organisatie


Functies wijzigen in het landelijk gebied

11. Loket voor vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing


Kleine kernen blijven gezond

12. Vliegwiel van gemeenschapskracht

13. Vraaggestuurd OV op het Eiland van Schalkwijk


Multimodale knooppuntontwikkeling

14. Knooppunt NS-station Bunnik


Omgevingsbewuster wegen

15. Wegh der Weegen

VALIDATIE VAN EXPERIMENTEN

Uit het programmaplan:
Op de pilots, casussen en experimenten in de verschillende maatschappelijke opgaven wordt gereflecteerd en geëvalueerd. De opgeleverde inzichten en ervaringen consolideren we. Door het organiseren van een leerproces met alle betrokken stakeholders creëren we meerwaarde. Hierdoor draagt het programma ook bij aan een duurzamer efficiënter optreden en dito werkwijze, en kunnen geleerde lessen in andere casussen worden toegepast.

Niet alleen ondersteunde het IFL bij de ontwikkeling en uitvoering van casussen, ook hebben er gedurende de programmaperiode op verschillende manieren evaluaties van en reflecties op de casussen plaatsgevonden. Opgedane kennis is gedeeld en verrijkt door en met betrokken stakeholders, kennisinstituten, experts en geïnteresseerden. Met evaluaties door een extern bureau, onderzoeken door Universiteit Utrecht, scripties van stagiairs, essays, netwerkbijeenkomsten en online platforms is er op vele verschillende manieren geëvalueerd en gereflecteerd waarbij kennis is gedeeld, opgehaald en geborgd.

ONTWIKKELING VAN WERKWIJZEN EN COMPETENTIES

Uit het programmaplan:
Het vergroten van inhoudelijke en procesmatige kennis en kunde van de betrokken ambtenaren en bestuurders. Op een manier die past bij het werken in de netwerksamenleving en onder de Omgevingswet.

In de programmaperiode zijn drie voortgangsbrieven gemaakt om Provinciale Staten en andere belanghebbenden te informeren over de voortgang van de casussen in het programma. Twee daarvan zijn digitale magazines en bevatten een schat aan informatie en beeldmateriaal.


De casussen zijn opgezet in diverse beleidsvelden waardoor verschillende portefeuillehouders nauw betrokken waren. Hetzelfde gold voor bestuurders van andere overheidsorganisaties, met name van gemeenten waar de casussen plaatsvonden. Ook Statenleden waren aangesloten bij verschillende casussen. Er vond bovendien veeldvuldig kruisbestuiving plaats tussen ambtenaren van diverse beleidsdisciplines uit de eigen organisatie, inclusief het programma Invoering Omgevingswet. Maar ook diverse gemeentelijke ambtenaren namen deel aan de casussen.


Groei gaat geleidelijk en gebeurt niet altijd even zichtbaar. Daar waar de innovatieve aanpakken zijn opgeschaald of opgenomen in het ‘reguliere’ werk van (onder andere) de provincie is de groei het duidelijkst zichtbaar. Bijvoorbeeld bij de doorontwikkeling prijsvraag de Groene Kroon, het Nuffield Scholarship in regiodeal Groene Hart, het betrekken van jongeren in meerdere gemeenten en provincies, etcetera.