01



Gedeputeerde Huib van Essen over aardwarmte

Veiligheid en zorgvuldigheid voorop bij aardwarmte

“Aardwarmte heeft veel potentie maar is nog betrekkelijk nieuw in Nederland, met alle onzekerheden die daarbij horen. Wij staan daarom voor een zorgvuldige aanpak.”


Aardwarmte wordt gezien als een warmtebron met veel potentie. Misschien zelfs als hét alternatief voor aardgas bij het verwarmen van gebouwen. Aan de andere kant zijn er nog allerlei vragen over deze nieuwe warmtebron, bijvoorbeeld over de veiligheid. De provincie Utrecht wil aardwarmte daarom op een verantwoorde manier inzetten. Gedeputeerde Huib van Essen, verantwoordelijk voor de energietransitie, vertelt hoe de provincie dat aanpakt.


Van Essen: “De overgang naar het duurzaam verwarmen van gebouwen is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Het gaat om heel veel woningen en kantoren. Het versnellen van deze warmtetransitie is een belangrijk speerpunt voor de provincie. Aardwarmte is veelbelovende technologie en kan een interessant alternatief zijn voor aardgas: CO2-neutraal, met een beperkte impact op het landschap. Het is vooral aantrekkelijk voor locaties waar ingezet wordt op collectieve systemen en waar weinig alternatieven zijn. Het heeft dus veel potentie, maar is ook nog heel nieuw, met alle onzekerheden die daarbij horen. Wij staan daarom voor een zorgvuldige aanpak.”



Ondersteuning

Wat is de rol van de provincie bij de invoering van aardwarmte? Van Essen: “Allereerst, op grond van de Mijnbouwwet, een adviserende rol naar het bevoegd gezag het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK). Als een partij een vergunning aanvraagt bij EZK voor het opsporen van aardwarmtebronnen, dan adviseren wij over zaken als veiligheid, bescherming van grondwater en bodem en de informatievoorziening aan omwonenden. Daarnaast ondersteunen we gemeenten bij het ontwikkelen van de Transitievisie Warmte. Dat doen we op verschillende manieren, met expertise, procesondersteuning en advies. Ik merk dat daar vooral bij kleinere gemeenten behoefte aan is.”

Vlieghoogte

Van Essen vervolgt: “Vanuit die ondersteunende rol hebben we ook de informatiebijeenkomst voor volksvertegenwoordigers en bestuurders op 13 januari georganiseerd. Gezien hun rol binnen de RES’en en Transitievisie Warmte willen we deze groep op vlieghoogte krijgen: wat is aardwarmte, wat is de potentie en wat zijn de risico’s? En ook bij andere opgaven van de energietransitie faciliteren we. Het lukt alleen als we het samen doen: Rijk, provincie, gemeenten, bedrijven en inwoners.”


Lees verder onder de afbeelding.

“Door het manifest te tekenen laten wij zien dat wij ook zelf zonder enige terughoudendheid meewerken aan het ICO”

Lokale informatie

De provincie steunt het nieuwe Informatie en Consultatie Orgaan (ICO) Aardwarmte. Van Essen: “Aardwarmte is nieuw en roept soms discussie op. Voor gemeenten, omwonenden en andere betrokkenen kan het lastig zijn om een helder beeld te krijgen van de situatie. Wat gaat er gebeuren, welke impact heeft het, wat zijn de risico’s? We steunen het ICO omdat zij heel lokaal belanghebbenden kan informeren op projectniveau. Het is logisch dat er vragen zijn over zo’n nieuwe technologie. Daar hoeven we niet voor weg te lopen. Aardgas is ook niet zonder risico’s, er zijn ook wel eens gaslekken. Het is belangrijk om hierover gewoon eerlijke en gevalideerde informatie te geven.”


Manifest

Op 13 januari heeft u ook het ICO-manifest getekend. Wat houdt dat in? Van Essen: “Voor het goed functioneren van

het ICO is het belangrijk dat overheden en bedrijven in de branche zich eraan committeren en snel eerlijke en duidelijke informatie geven als het ICO vragen stelt. Daar werken mensen met expertise, zij weten waar ze naar moeten vragen. Door het manifest te tekenen laten wij zien dat wij ook zelf zonder enige terughoudendheid meewerken, in de verwachting dat ook andere partijen gaan tekenen. We hebben de aanwezigen op 13 januari opgeroepen om dat ook te doen.”


Van Essen: “Het ICO adresseert voorwaarden die snel tussen wal en schip vallen: inzicht in onzekerheden, inwoners meenemen en draagvlak. Deze zijn voor de energietransitie net zo belangrijk als techniek en financiering.”

Deel